Algemene spelregels

Een partij badminton bestaat uit twee winnende games van 21 punten. Er zijn verlengingen bij 20-20: er wordt gespeeld tot er 2 punten verschil zijn of, indien dit niet gebeurt, speelt men tot en met 30 punten. Het spel kan dus eindigen met een maximum van 29 tegen 30 punten. Wie twee games wint, is de winnaar van de partij. Als het 1-1 is, wordt er een derde en beslissende game gespeeld.

Er wordt onderhands geserveerd naar het veld schuin tegenover het vak van waaruit wordt geserveerd. Hierbij mag (op het moment van raken van de shuttle) het blad van het racket niet boven de middel van de serveerder bevinden. Tevens moet de service met één vloeiende beweging geslagen worden. De shuttle wordt over het net heen en weer geslagen (een rally). Zodra de shuttle op de grond komt, wordt het spel gestopt. Afhankelijk van of de shuttle binnen / op de lijnen (in) of buiten de lijnen (uit) valt wordt beoordeeld hoe het spel doorgaat. Als de shuttle op de grond komt door een fout van de serverende partij, wordt de service aan de andere partij overgedragen en krijgt die partij een punt. Als de fout gemaakt is door de tegenpartij, krijgt de serverende partij een punt en blijft hij aan de opslag.

Nieuwe puntenscore

Sinds augustus 2006 is het nieuwe rally-point-systeem officieel ingevoerd. Tot dan toe kon men alleen punten maken op de eigen service en was er een onderscheid tussen dames en heren. In de nieuwe puntentelling wordt dit onderscheid niet meer gemaakt; dames en heren zijn gelijkwaardig. De telling gaat voor beide seksen tot en met 21 punten per game.

Staan beide spelers op 20 punten dan komt er automatisch een verlenging, tot een van beiden 2 punten achter elkaar maakt. Echter, om de tijdsduur van een wedstrijd enigszins in de perken te houden, is er besloten om hieraan een maximum van 29 punten te verbinden. Staan beide spelers op 29 punten, dan zal het eerstvolgende punt beslissend zijn voor de winst van de set of wedstrijd. Er wordt nog steeds best out of three games gespeeld.

Een ander groot verschil is dat het rally-point-systeem er voor zorgt dat een speler niet alleen punten kan maken op zijn eigen service, maar ook op die van zijn tegenspeler.

Wanneer de scheidsrechter niet zeker weet of hij de goede beslissing neemt, kan hij een let geven. Dit komt voor wanneer het bijvoorbeeld niet duidelijk is of de shuttle in of uit was en wanneer niet duidelijk was of de tegenstander klaar stond (zo niet, dan een let). Een let houdt in dat het gespeelde punt opnieuw gespeeld moet worden.